Betekenis in detail — WNT

Het Woodenboek der Nederlandsche Taal (WNT)
is een historisch woordenboek dat de meest gedetailleerde informatie over de oorsprong en betekenissen van woorden geeft.

Historie van het begrip

GEWETENI

Woordsoort: znw.(o.)
Modern lemma: geweten

znw. onz., mv. gewetens. Een woord, waarvan tot dusverre geen voorbeeld is gevonden in het Mnl., en dat ook bij latere Zuidnederlandsche en Zeeuwsche schrijvers ongewoon is: dezen gebruiken geweet of gewisse, de eenige vormen die bij KILIAAN, en zelf nog bij HEXHAM (a°. 1678) worden vermeld. Geweten is meer een Noordnederlandsch woord, ontstaan uit gewetene, dat bij MELLEMA (a°. 1618) voorkomt. Aan dit gewetene beantwoordt ohd. gewizzenî (SCHADE 318), mhd. gewizzene (LEXER 1, 995), een vrouwelijk woord, met het achterv. afgeleid van het verl. deelw. van Weten (verg. BRAUNE, Ahd. Gr. § 213).

Volgens de afleiding beteekent geweten dus: het weten, wetenschap, bewustheid: beteekenissen die in dezelfde volgorde voorkomen bij nauw verwante vormen, zooals geweet en gewisse (zie verder SCHADE 297). Gewoonlijk houdt men deze woorden voor vertalingen van lat. conscientia (zie b.v. de wdb. van KLUGE en FRANCK), doch het is opmerkelijk, dat het ww. geweten niet bekend is in den zin van lat. conscire, en wanneer ULFILA gr. συνεᬝδησις wil uitdrukken, dan bezigt hij mithvissei, niet een woord met ga-; in het Grieksch en Latijn is het begrip geweten ontstaan uit dat van: iets weten bij zich zelf (σᬚνοιδα ᥅μαυτγωι;, sibi conscius), in het Germaansch uit dat van: wetenschap, besef. Het spreekt echter van zelf, dat geweten den invloed van conscientia heeft ondergaan: zoo gebruikt HOOFT (Tac. 149 [c. 1635]) met geweeten in den zin van met medeweten: ”Zoo dikwils hy op eenige zaake raadtspleeghde, diend’ hy zich van eenen hooghen oordt van ’t huis, en met geweeten eenes vryelinghs” (Ann. 6, 21: liberti unius conscientia utebatur). In verband met het bovenstaande is opmerkelijk de volgende, onjuiste, redeneering bij COORNHERT (COORNHERT 1, 290 [1586]): ”Conscientie heet … in Nederlandtsch het geweten: dat is een medeweten, betuygende of oordeelende van al des menschen doen ende laten, ende of sulcx wel dan qualijck gedaan of gelaten is. De sillaba of het woortstuck, Ge: koppelt gemeynlijck in onse tale aan een, twee saken ghemeenschap t’samen hebbende: als gevader, gebuyr, gespeel, etc. dat is die daar is een mede vader, een mede buyr ende mede speelder. Also koppelt oock hier twee wetens te samen of twee kennissen: d’een kennisse tuyght van ons doen of laten, te weten, of dit ende dat oock gedaan of ghelaten is, dan nyet: maar d’ander tuyght oft wel gedaan of gelaten zijn soude of is, dan qualijck: also maken dese twee kennissen of wetens te samen een gheweten of medeweten”.

I.  In ’t algemeen: wetenschap van iets, bewustheid, besef. Thans verouderd.

II.  In bepaalde toepassing op het besef, de kennis van goed en kwaad. — Nog in de 17de eeuw betrekkelijk zeldzaam, doordat in de bijbelvertalingen, zelfs nog in de Statenoverzetting, het woord conscientie gebruikt werd.

+A.  Eigenlijk, in passieve opvatting.

–↪B.  Oneigenlijk, in actieve opvatting. Het ingeschapen vermogen om het onderscheid tusschen goed en kwaad te beseffen; zeer vaak met persoonsverbeelding gebezigd.

Zegswijzen

—  Zegsw. TUSSCHEN BEURS EN GEWETEN GEPLAATST ZIJN, als tusschen twee tegenstrijdige raadgevers; zoo b.v. wanneer men bij de wet verplicht wordt zijn zuiver inkomen op te geven.

—  Met een bnw. verbonden, waardoor de kracht of de zwakheid van het vermogen wordt te kennen gegeven.

—  VAN GEWETEN, t.w. van een zoodanig als uit eene bepaling blijkt.

—  ZONDER GEWETEN, als bepaling van een persoon, in wien het godsdieustig en zedelijk gevoel niet spreekt (verg. GEWETENLOOS).

—  VRIJHEID VAN (HET) GEWETEN, van godsdienstige overtuiging: wie deze geniet is VRIJ VAN GEWETEN.

—  Vandaar ook: HET VRIJE GEWETEN.

—  STRIJDEN VOOR T GEWETEN, voor vrijheid van godsdienstige overtuiging.

—  NAAR PLICHT EN GEWETEN, volgens iemands beste overtuiging.

—  VERKRACHTING VAN HET GEWETEN.

—  HET GEWETEN VERLOOCHENEN, VERZAKEN.

—  IETS MET ZIJN GEWETEN (NIET) KUNNEN OVEREENBRENGEN, bij overweging bevinden, dat het met de eischen van het zedelijk gevoel in strijd is.

—  TEGEN ZIJN GEWETEN SPREKEN: tegen zijne overtuiging.

—  STRIJDEN TEGEN HET GEWETEN, van handelingen: in strijd zijn met de eischen van het zedelijk of godsdienstig gevoel.

—  Voorgesteld als knagende aan iemands gemoedsrust (zie GEWETENSKNAGING).

—  Voorgesteld als eene vierschaar, een rechter, een aanklager, een waarschuwer.

—  ZIJN GEWETEN WAKKER MAKEN, IN SLAAP WIEGEN en derg.

—  DE STEM, DE INSPRAAK, DE GETUIGENIS, DE GOEDKEURING VAN HET GEWETEN.

—  DE STEM VAN HET GEWETEN SMOREN.

—  Ook bij andere zegswijzen blijkt de voorstelling van het geweten als een persoon die spreekt.

—  Niet zelden wordt het geweten zelf meer of minder duidelijk voorgesteld als eene stem of eene keel.

—  Speekw. zegsw. EEN GOED GEWETEN IS EEN ZACHT OORKUSSEN (OF IS HET ZACHTSTE KUSSEN; verg. HARREB. 1, 235 [1858]).

Aanm. Een gallicisme is het gebruik van geweten in den zin van bewustzijn in ’t algemeen, zonder de bepaalde toepassing op het besef van goed en kwaad.

—  In de samenstelling gewetensgevoel, gevoel van bewustheid, besef.

Afl. In de bet. II). GEWETENLOOS, GEWETENSHALVE (zie die woorden).

Samenstellingen

Samenst. In de bet. II). In den vorm van den 2den nv. GEWETENSDWANG, GEWETENSKNAGING, GEWETENSVOL, GEWETENSVRAAG, GEWETENSVRIJHEID, GEWETENSZAAK (zie die woorden).

— Min gewoon. GEWETENSANGST

GEWETENSBEZWAAR, hetzelfde als gemoedsbezwaar (”Hun gewetensbezwaar omtrent den eed”, FRUIN, Tien J. 262 [1859])

GEWETENSGEVAL, gevolgd naar fr. cas de conscience, verg. gewetensvraag (”Deze (geestelijke) rechtbanken … behandelden alle zaken betrekkelyk tot gewetensgevallen, huwelyken, … en in ’t gemeen alles wat eenigsints het geestelyke raakte”, V. D. SPIEGEL, Vad. Recht, 111)

GEWETENSLAST (”Schulden- en gewetenslast Reeds tot bergen opgetast”, V. ZEGGELEN 5, 101 [1848])

GEWETENSONDERZOEK, als vertaling van Inquisitie

GEWETENSONRUST (”Onlangs het beroemde bundeltjen nog eenmaal doorlezende, werd ik onder groote gewetensonrust gedrongen tot de erkentenis, dat” enz., DE GÉNESTET 2, 352 [1857])

GEWETENSPLICHT (”Hij (de minister) hield … staande dat … het weigeren dier bekrachtiging een gewetenspligt wordt”, BOSSCHA, Lev. v. W. II 718 [1852])

GEWETENSRAAD, verg. fr. conseil de conscience, (”De Kardinaal De Noailles is president van den gewetensraad”, BOSB.-TOUSS. 2, 345 b [1841])

GEWETENSREDEN (”Ik heb gewetensredenen die eischen dat uitgemaakt worde welke meening juist is”, MULTATULI 1, 241 [1881])

GEWETENSRUST (”De kalme gewetensrust, waarmede wij de vrijspraak des hemelschen Regters verwachten”, V. D. PALM, Leerr. 3, 19)

GEWETENSSTUIP (”Als gij eens weder een gewetensstuip op het lijf krijgt, … schrijf mij dan eens eenige vellen vol over de stem der Natuur, de zedelijke gewaarwording, het zesde zintuig”, WOLFF en DEKEN, Wildsch. 4, 355 [1793])

GEWETENSTWIJFEL

GEWETENSVREUGDE (”Helaas! wat is de roem …; Zy zweeft ons wel om ’t hoofd, maar kan geen hart vervullen. Een uur gewetensvreugde is meerder dan een Eeuw Van stom bewounderen”, BILD. 13, 51 [1795])

GEWETENSWORM, het knagend zelfverwijt (”De knaging van den onverbiddelijken gewetensworm”, CONSC. 3, 73 a [ed. 1868])

GEWETENSWROEGING

GEWETENSZWARIGHEID, enz.

— Verouderd, in onverbogen vorm, waar men thans den 2den nv. gebruiken zou. GEWETENBESTIERDER, verg. fr. directeur de conscience (”De fyne spinnewebsonderscheidingen der zogenaamde gewetenbestierders”, WOLFF en DEKEN, Blank. 3, 83 [1789])

GEWETENDWINGER (verg. GEWETENSDWANG) (”Zy kwamen niet als Rechters; neen als Tirannen en geweetendwingers”, WOLFF en DEKEN, Blank. 2, 203 [1787])

GEWETENONDERZOEKER, GEWETENONDERZOEKSTER (”Eindelijk heb ik ook vriendinnen voor mijn hart; die bekleeden bij mij de plaats van gemoedsbestuursters en gewetenonderzoeksters”, WOLFF en DEKEN, Wildsch. 6, 130 [1796]).

AANVULLING BIJ GEWETENI

Samenst. GEWETENSBEZWAARD, gewetensbezwaar hebbend, vooral tegen den militairen dienst. Vooral in zelfst. gebr., GEWETENSBEZWAARDE, persoon met gewetensbezwaar.

© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1888.

← naar vorige hoofdstuk: Betekenis van het woord

——————————————————————- ©2015 horsey — laatst bijgewerkt op 29-10-2019

Info over de website → klik op Zoektocht / Home , Wegwijs of Inhoud
Plaats een reactie → scroll naar beneden of klik op Discussie
Met de Terug-knop van je browser ‘spring’ je naar de vorige webpagina.