Woordenlijst

affectieve relatiestoornis: deze term werd in een grijs verleden al gebruikt door prof. Hart de Ruyter 1 om aan te geven dat hierbij de relatie van het kind met zijn/haar omgeving verstoord is, waarbij geen positief affect, maar negatieve gevoelens de hoofdrol spelen. Meestal zijn er conflicten die in een negatieve spiraal verergeren. Verwaarlozing en mishandeling door de ouders kunnen daarbij voorkomen, evenals antisociale gedragsstoornissen bij het kind. Ik geef bij dit soort problemen aan deze term de voorkeur boven de weinig zeggende term: gedragsproblemen uit de DSM2. De term relatiestoornis is duidelijker, omdat  deze verwijst naar verstoorde gezinsinteracties waarin kind én ouders een rol spelen.

antisociale gedragsstoornis: gedrag dat anderen benadeelt, zoals: liegen, bedriegen, spijbelen, pesten, stelen, vernielen, bedreigen, chanteren, brandstichten, anderen schade toebrengen, verbaal of fysiek geweld, etc.

autisme: het woord is afgeleid van het Griekse autos, wat zelf betekent. Autisten zijn op zichzelf, missen het contact met anderen. Bij hen staat een aangeboren contactstoornis centraal. Ze kunnen vaak moeilijk steun vinden bij anderen, terwijl ze kunnen lijden onder heftige angsten en paniekaanvallen. Ze vallen vaak terug op stereotype gedragingen die eindeloos  worden herhaald. Autisme komt relatief veel voor bij verstandelijk gehandicapten, maar kan ook bij normale of hoge intelligentie voorkomen. Ik heb de indruk dat in de laatste jaren, door de wat vage criteria in de DSM3 , teveel kinderen, vanwege problemen in de sociale omgang, het etiket autisme, of aanverwante stoornis, hebben gekregen, terwijl er eigenlijk sprake is van een vorm van affectieve relatiestoornis, bijvoorbeeld van problematiek die in de DSM als hechtingsstoornis staat beschreven.

contactstoornis: onvermogen om zich in te leven in de denk- en gevoelswereld van een ander. Dit is het centrale probleem bij autisme en aanverwante stoornissen. Het leidt tot problemen in de communicatie en in de sociale omgang. Autisten begrijpen de ander niet, maar worden ook zelf slecht begrepen. Ze reageren anders dan men verwacht en dat wekt vaak bevreemding. Ze leven daardoor in een sociaal isolement.

DSM: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders 4. Een handleiding voor het categoriseren van psychische problematiek, opgesteld door de APA, de Amerikaanse vereniging voor psychiatrie. Deze is de laatste decennia de internationale literatuur gaan domineren. Het heeft voor enige orde kunnen zorgen in de communicatie over psychiatrische stoornissen, maar als diagnostisch systeem is het veel te grof. Het woord Diagnostic in de titel is dan ook misleidend. Voor de Nederlandse vertaling van de meest recente versie, de DSM-5, is dan ook terecht gekozen voor de titel : Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen5 en niet langer voor de letterlijke vertaling ervan.

——————————    III-1   ——————————    ©2015 horsey


  1. Hart de Ruyter (1961, 1963)
  2. zie aldaar
  3. zie aldaar
  4. APA (2013)
  5. Hengeveld (2014)