Kohlberg – gewetensontwikkeling

Kohlberg raakte tijdens zijn psychologie-opleiding geïnteresseerd in de morele ontwikkeling. In die tijd waren Freuds theorie en die van de behavioristen op dat gebied dominant, maar ze spraken hem niet aan. Toen hij echter met een vroeg werk van Piaget kennismaakte inspireerde dat hem wel.

Piaget en de cognitieve ontwikkeling

jean-piaget
Jean Piaget (1896 – 1980)

In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam er in de psychologie een stroming op gang die wel de cognitieve revolutie wordt genoemd. Daarin speelde het werk van de Zwitserse filosoof en ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget (zie bijv. Wiki Piaget) een belangrijke rol.
Tijdens diens universitaire studie raakte hij gefascineerd door de kennistheorie, een onderdeel van de filosofie dat het we­zen, de me­tho­den en de gren­zen van de men­se­lij­ke ken­nis als onderwerp heeft .
Hij besloot toen de ontwikkeling van die kennis ( cognitieve ontwikkeling ) te gaan bestuderen vanuit de vraag: hoe verwerven kinderen kennis? (zie bijv. Wiki Piaget cogn.devel.)

Piaget veronderstelde dat die ontwikkeling in vier fasen verloopt, die elkaar in een vaste volgorde opvolgen.
Hij toonde zich een briljant onderzoeker en theoreticus die met zijn fasetheorie (psychologie) en structuralisme (kennistheorie) wereldberoemd is geworden.

Piaget en de morele ontwikkeling

Al vroeg in zijn loopbaan heeft Piaget zijn ideeën over de morele ontwikkeling gepubliceerd. 1 Maar pas toen dit boek, uit het Frans vertaald, in 1965 in het Engels in Amerika beschikbaar was gekomen 2 kregen zijn ideeën invloed op dit gebied van onderzoek.

Piaget baseerde zijn theorie over de morele ontwikkeling op observaties van kinderen in hun spel. Hij analyseerde daarna de manier waarop ze met elkaar over de regels van hun spel redeneerden. Hij meende dat kinderen van elkaar, en niet van hun ouders, morele regels leerden kennen en gebruiken.
Hij onderscheidde daarbij drie stadia:

  • het pre-conventionele stadium
  • het conventionele stadium
  • het post-conventionele stadium

Ook hierbij ging hij uit van een vaste volgorde, geheel volgens de structuralistische principes van zijn theorie voor de cognitieve ontwikkeling.

Hij ontleende veel aan de filosofie van Immanuel Kant 3, zoals het universele, generaliseerbare en verplichtende karakter van morele opvattingen, evenals het centraal stellen van rechtvaardigheid als ethisch principe.

Piaget heeft zich, na publicatie van zijn boek in 1932, zelf niet meer met de bestudering van de morele ontwikkeling beziggehouden.

Kohlberg en de morele ontwikkeling

lawrence kohlberg
Lawrence Kohlberg (1927 -1987)

Kohlberg zag in Piagets theorie over de morele ontwikkeling een model dat paste bij zijn eigen ideeën daarover en bij zijn belangstelling voor filosofie. 4
Zo was de manier waarop Socrates over morele kwesties redeneerde voor hem een belangrijke inspiratiebron (zie filosofie.nl Socrates) .

Kohlberg heeft Piagets fasetheorie voor de morele ontwikkeling verder uitgewerkt en uitgebreid.
Zo integreerde hij In zijn theorie een aantal denkbeelden uit de moraalfilosofie die hij vond passen bij de verschillende stadia van zijn model.
Hij meende zelfs dat zijn theorie antwoord kon geven op grote vragen van de ethiek.

Kohlberg ging voor zijn theorie van de morele ontwikkeling uit van de drie niveaus die Piaget daarvoor had bedacht. Hij verdeelde deze ieder weer in twee fasen, waardoor zijn model zes fasen ging tellen, opklimmend in ontwikkelingsniveau.

Kohlbergs fasemodel

Hij kwam tot zijn fase-indeling door het bestuderen van de morele oordeelsvorming. Hiervoor legde hij morele dilemma’s voor aan proefpersonen van verschillende leeftijden.
Hun antwoorden bracht hij in zes categorieën onder, oplopend van laag tot hoog niveau van morele ontwikkeling :

  • Op het laagste niveau, het preconventionele, (overeenkomend met het niveau van kinderen jonger dan 7 jaar), zijn, volgens Kohlberg, de morele redeneringen bepaald door egocentrisme:
    1. in de eerste fase domineert dan angst voor straf.
    2. in de tweede domineert het streven naar eigen voordeel.
  • Op het volgende niveau, het conventionele, (overeenkomend met 7 tot 12/14 jaar), bepaalt aanpassing aan de sociale groep de moraal.
    3. in fase drie, is het oordeel van de sociale groep bepalend voor het onderscheid tussen goed en kwaad.
    4. in fase vier verandert dat in een ‘law and order‘-opvatting.
  • Op het hoogste niveau, het postconventionele, (vanaf 14 jaar), wegen ethische principes het zwaarst.
    5. in de vijfde fase is persoonlijke overtuiging belangrijk, maar nog ondergeschikt aan de gemeenschapszin. Op dit niveau domineren democratische en utiliteits-principes (‘goed is wat zoveel mogelijk mensen gelukkig maakt’). Kohlberg zag in deze opvatting de filosofie van Mill (zie filosofie.nl Mill) terug.
    6. In de zesde fase zijn persoonlijke opvattingen over universeel geldende ethische principes belangrijker dan op democratische wijze tot stand gekomen meningen. Voorts krijgen ethische principes in deze fase een verplichtend karakter (‘wat goed is, moet ook worden gedaan’). Kohlberg verbond dit met de categorische imperatief van Kant (zie filosoie.nl Kant) en met de filosofie van Rawls (zie filosofie.nl Rawls).

In Kohlbergs theorie is het morele niveau sterk afhankelijk van het cognitieve niveau. Zo is het redeneren volgens abstracte principes pas vanaf  de leeftijd van 12 tot 14 jaar mogelijk, omdat kinderen pas vanaf die leeftijd in staat zijn tot abstract denken.
De meeste volwassenen komen echter, volgens Kohlberg, niet verder dan fase vier.

Kritiek op Kohlbergs theorie

Zijn theorie heeft zeer veel onderzoek gegenereerd en domineerde jarenlang het debat over en het onderzoek naar de morele ontwikkeling.

Er kwam echter steeds meer kritiek op zijn model en methode van onderzoek.
Deze gold zijn overtuiging dat er aan de vaste volgorde van de zes fasen niet getornd mocht worden, terwijl dit aspect van Piagets theorie ook op andere gebieden steeds minder steun kreeg.

Verder bleek Kohlberg voor het bestaan van zijn zesde fase onvoldoende empirisch bewijs te kunnen leveren.

Ook werd steeds meer betwijfeld of uitspraken over morele dilemma’s ook voldoende het gedrag van de onderzochte proefpersonen konden voorspellen. Bijvoorbeeld zou de neiging om sociaal wenselijke antwoorden te geven de voorspellende waarde teniet doen.

De zwaarstwegende kritiek kwam van feministische zijde.
Gilligan 5 verweet Kohlberg dat in zijn abstracte begrip van rechtvaardigheid geen plaats is voor gevoelens van zorg en verantwoordelijkheid voor anderen, terwijl zij deze attitudes minstens zo belangrijk vond. Dit bezwaar kreeg veel weerklank. Gilligans opvattingen werden ‘care-based morality‘ genoemd.

Conclusie

Kohlbergs theorie leek twee decennia lang (zeventiger en tachtiger jaren) het definitieve antwoord te geven op vragen over de morele ontwikkeling.
Veel onderzoekers hadden moeite met Freuds ideeën (zie Freud) en met het determinisme van de behavioristen (zie Behaviorisme.

Kohlbergs theorie had daarentegen veel aantrekkelijke kanten. Deze stelde de hooggewaardeerde ratio centraal en leverde schier eindeloze mogelijkheden voor het doen van onderzoek op, met goed te operationaliseren variabelen. Ingewikkelde concepten als internaliseren van normen en waarden, onbewuste motieven, of morele emoties ontbraken. Alles was helder en moraliteit was niets anders dan een aspect van de cognitieve ontwikkeling. Emoties waren daarbij irrelevant.
En een geweten kwam daar niet aan te pas.

Inmiddels spreken zelfs fervente aanhangers van Kohlbergs theorie van het post-Kohlberg-tijdperk 6 7
Zijn onderzoeksresultaten blijven interessant vanwege de enorme hoeveelheid informatie over de manier waarop mensen over morele dilemma’s kunnen redeneren.

Kohlberg heeft echter te weinig oog gehad voor het belang van aangeboren en onbewuste factoren, voor emoties en voor relationele en interactionele aspecten van de morele ontwikkeling.
Daarin verschilt zijn theorie van de meeste recente opvattingen en theorieën over de gewetensontwikkeling (zie Inhoud: Recente theorieën).

——————————————————————- ©2016 horsey — laatst bijgewerkt op 20-10-2019

Info over de website → klik op Zoektocht / Home , Wegwijs of Inhoud
Plaats een reactie → scroll naar beneden of klik op Discussie
Met de Terug-knop van je browser ‘spring’ je naar de vorige webpagina.

  1. Piaget, 1932
  2. Piaget, 1965/1932
  3. 1724 -1804
  4. Kohlberg, 1969
  5. Gilligan, 1982
  6. Lapsley, 2006
  7. Nucci, 2006
avatar