Hoffman – gewetensontwikkeling

Hoffman was op zijn vakgebied, de sociale- en ontwikkelings-psychologie een voorloper. Hij was geboeid geraakt door de vraag welke rol empathie in menselijke relaties speelt en hij heeft daar onderzoek naar gedaan.
Hij zag al snel een verband met de morele ontwikkeling.
Hij deed dat in een tijd dat aanhangers van Freudiaanse (zie Freud), behavioristische (zie Behaviorime) en Kohlnergse (zie Kohlberg) theorieën aan dit soort onderwerpen geen belang hechtten.
Hij blijkt nu een van de vernieuwers te zijn (zie Inhoud: Recente theorieën).

Hoffman en empathie

Martin Hoffman
Martin Hoffman, ontwikkelings- en sociaal-psycholoog

Hoffman publiceerde al sinds 1963 over opvoeding en morele ontwikkeling 1 en was toen al ervan overtuigd dat empathie daarbij een belangrijke rol speelt. 2 Hij vond daarvoor echter bij vakgenoten weinig gehoor vanwege het opkomend succes van de rationele theorie van Kohlberg waarin nauwelijks plaats was voor emoties.

Hoffman en de inductieve methode

Pas later kreeg hij erkenning voor zijn bevinding dat inductieve opvoedingsmethoden bij grensoverschr9ijdend gedrag (bijv. slaan van andere kinderen) veel beter resultaat gaven dan de aversieve conditionering van het behaviorisme.

Bij de inductieve methode wordt van het kind gevraagd zich voor te stellen welke gevolgen zijn onaangename gedrag voor het slachtoffer heeft. Daarbij wordt dus een beroep gedaan op diens empathische vermogens.
Deze confrontatie en de uitleg erbij bleken vaker tot gedragsverandering te leiden dan bij pogingen het ongewenste gedrag af te leren door het straffen van de ‘dader’.

Sociobiologie als inspiratiebron

Toen Wilson in 1975  zijn lijvige boekwerk Sociobiology publiceerde, 3, met biologische/evolutionaire verklaringen voor sociaal gedrag (zie bijv. Wiki Sociobiology), trof Hoffman daarin nieuwe argumenten voor zijn ideeën aan die hem inspireerden om met zijn studie door te gaan.
Hij vond dat de traditionele visies van zowel de biologie als van de psychologie weinig ruimte lieten voor het ontstaan van altruïsme en empathie 4.

Op zoek naar een vriendelijker mensbeeld en naar een sociaal-psychologische bijdrage op dit onderwerp, zette hij zijn studie van empathie met nieuw enthousiasme voort.
Hij zou daar echter  pas echte bekendheid mee krijgen na de afbrokkeling van Kohlbergs imperium op het gebied van de morele ontwikkeling.

Sindsdien worden Hoffmans ideeën over de ontwikkeling van empathie vaak gezien als de kern van een theorie over de gewetensontwikkeling.

Hoffman en het ‘bystander’-model

Hoffman presenteerde zijn ideeën over empathie door middel van het ‘bystander model‘. Hij gebruikt daarbij een fictieve voorstelling van iemand die getuige is van de nood van een ander.
Die toeschouwer reageert daarop empathisch, met eigen emoties, opgeroepen door andermans nood, en voelt daarbij meestal de neiging om hulp te bieden.
Helpen geldt dan als een moreel juiste daad.
Wanneer iemand aan dat empathisch appel geen gehoor geeft, veranderen diens gevoelens, volgens Hoffman, in schuldgevoelens.

De ontwikkeling van empathie

Hoffman beschreef de ontwikkeling van empathie vanaf de geboorte tot in de volwassenheid. 5
De eerste tekenen van empathie, of beter: van het in aanleg aanwezig vermogen daarvan, zijn te zien wanneer een baby begint te huilen wanneer het een andere baby hoort huilen.

Daarbij is nog geen sprake van echt inlevingsvermogen, maar van een soort emotioneel meeresoneren met het andere kind.
Er kon, volgens Hoffman, pas sprake zijn van echte empathie wanneer het kind cognitief goed in staat is om onderscheid tussen zichzelf en anderen te maken. Aanvankelijk legde hij die grens bij zeven jaar en daarom ging zijn eigen research over onderzoek bij kinderen vanaf die leeftijd.
Anderen echter, zoals Zahn-Waxler 6 en Eisenberg 7, deden onderzoek bij jongere kinderen en vonden bij hen al, vanaf twee jaar, tekenen van empathisch gedrag.
Hoffman liet zich daardoor overtuigen en heeft zijn ideeën aan hun bevindingen aangepast.

Wat is empathie nou precies?

Er ontstond veel discussie over de vraag wat empathie precies inhoudt. Volgens Zahn-Waxler ervaart de ‘bystander’ daarbij hetzelfde gevoel als degene die in nood verkeert.
Volgens Hoffman hoeft dat niet, maar moet het opgewekte gevoel wel meer met de situatie van de noodlijdende te maken hebben, dan met die van degene die van deze nood getuige is.
Volgens Eisenberg echter moet er niet alleen een gevoel worden opgewekt, maar moet er ook een prosociale actie volgen, zoals hulp verlenen, wil er van echte empathie sprake zijn.
De discussie hierover is nog niet afgerond (zie verder de Waal over dit onderwerp).

In zijn onderzoek vond Hoffman dat de neiging om actief te helpen het sterkste was tegenover leden van de eigen groep.
Hij maakte daaruit op, dat er, na de gevoelsreactie, nog een cognitieve evaluatie plaatsvindt om te bepalen wat de betrokkenheid van de ‘bystander’ bij de noodlijdende persoon is. En daarmee welke mate van urgentie de noodkreet voor de ‘by-stander’ heeft.
Over deze ‘weging’ is nog  weinig onderzoek gedaan en ze wordt nogal eens door ‘voorstanders’ van empathie genegeerd (maar zie bijv. Blair).

Conclusie

Hoffman heeft het belang van empathie voor een goede gewetensontwikkeling aangetoond. Maar eigenlijk beschrijft hij vooral de ontwikkeling van prosociale gevoelens en gedragingen.
Hij geeft een interessante verklaring voor het ontstaan van schuldgevoelens, maar niet voor schaamte en trots.

Empathie is essentieel voor een goede gewetensfunctie, maar niet voldoende om de hele werking van het geweten te beschrijven en te verklaren.
Verder is het vermogen tot empathie aangeboren, dus moet het nog, met de hulp van volwassenen, verder worden ontwikkeld.
Hoffman’s pleidooi voor inductieve methoden in de morele opvoeding is dan ook zeer terecht.
Wat dat betreft zijn er veel overeenkomsten met de taalontwikkeling: zoals een kind zijn eigen taal van zijn ouders moet leren, zo moet het zich ook, met hun hulp, de moraal van de eigen groep eigen maken.

Onenigheid over de juiste betekenis van het begrip empathie zorgt m.i. voor onduidelijkheid, bijvoorbeeld wanneer er zowel van psychopaten als van autisten gezegd wordt dat ze geen empathie bezitten. Er zijn echter essentiële verschillen tussen deze stoornissen.

——————————————————————- ©2016 horsey — laatst bijgewerkt op 22-10-2019

Info over de website → klik op Zoektocht / Home , Wegwijs of Inhoud
Plaats een reactie → scroll naar beneden of klik op Discussie
Met de Terug-knop van je browser ‘spring’ je naar de vorige webpagina.


  1. Hoffman, 1963
  2. Hoffman, M. L. (1970). “Conscience, personality, and socialization techniques.” Hum Dev 13(2): 90-126
  3. Wilson, 1975
  4. Hoffman, 1981
  5. Hoffman 2000
  6. Zahn-Waxler en Robinson, 1995
  7. Eisenberg en Mussen, 1989
avatar