Freud – gewetensontwikkeling

[Aan dit hoofdstuk wordt momenteel gewerkt]

Freud en de psychoanalyse

Freud op Time cover
Freud (1856 – 1939) stond in 1924 voor het eerst op de cover vaan het Amerikaanse tijdschrift Time.

Vóór 1900 hoorden beschouwingen over gewetenskwesties, ethische principes, morele drijfveren en moreel gedrag, tot het domein van filosofen en theologen.
Freud 1 was de eerste die het geweten een plaats gaf in een psychologische theorie.
Zijn klinisch werk met volwassenen leverde hem ideeën op over de manier waarop het geweten zich ontwikkelt.
Freud was een van de weinigen die zowel over de normale ontwikkeling van het geweten, als over afwijkingen in die ontwikkeling publiceerde.

Oedipuscomplex

Volgens Freud ontstaat het geweten aan het einde van de kleutertijd, als oplossing voor het oedipale conflict.
Hierbij gaat het om heftige, tegenstrijdige gevoelens van het kind tegenover de ouders.
Bij een jongen zou dat gaan om seksuele verlangens ten opzichte van zijn moeder en, daardoor opgeroepen, heftige rivaliteit ten opzichte van zijn vader. Vanwege overeenkomsten met de Griekse tragedie over koning Oedipus, noemde hij dit het Oedipuscomplex.

Het geweten ontstaat door identificatie en internaliseren.

Freud veronderstelde dat die heftige gevoelens zoveel angst en verwarring veroorzaken, dat er voor de kleuter geen andere uitweg meer is dan zich met zijn vader te identificeren. Daarbij internaliseert hij diens normen en waarden.
Er vormt zich dan een autonoom geweten, dat Freud het Über-ich (of Superego) noemde. Het werkt voor een groot deel onbewust en roept schuldgevoelens op zodra het kind ouderlijke verboden overtreedt.
De ouders hoeven het kind daarna niet meer zo vaak te corrigeren. Externe controle door de ouders is dan vervangen door interne controle door het geweten.
Voor meisjes zou deze ontwikkeling iets anders verlopen dan voor jongens, maar Freud heeft dat zelf niet uitgewerkt.

Het Über-ich had bij Freud het karakter van een strenge en kritische vaderfiguur. Positieve aspecten waren er nauwelijks. 2 Freuds theorie is door andere psychoanalytici aangevuld, maar heeft relatief weinig aandacht gekregen, vergeleken met, bijvoorbeeld, zijn Ego- en Zelf-psychologie. In behandelingen is het vaak beschouwd als een negatieve factor die neurotische problemen veroorzaakt. Als concept bleef het Über-Ich inconsistent. 3 Onze landgenote Lampl-de Groot 4 heeft Freuds concept van het Ideal-Ich (of Ego-Ideal), dat ook deel uitmaakt van zijn theorie over het geweten, nader uitgewerkt. Ze beschrijft de functie ervan als wensvervullend, als compensatie voor wat baby’s ervaren aan frustraties, pijn en ongemak. Geheel in lijn met Freuds ideeën, beschrijft zij ook de ontwikkeling van het strenge deel van het geweten, het Über-Ich, als het resultaat van nare ervaringen. Over mogelijk positieve kanten van het geweten, of van de ontwikkeling ervan, is in psychoanalytische kring slechts bij uitzondering iets te vinden. 5

Vanwege zijn ideeën over de kinderlijke seksualiteit werd Freud door sommigen, ten onrechte, als een op seks beluste persoon beschouwd. Hij had in zijn werk een vrije geest, maar in zijn persoonlijke leven overheersten de patriarchale, burgerlijke opvattingen van het Wenen van zijn tijd.  Hij beschouwde het uitleven van seksuele driften als verspilling van energie, die middels sublimatie beter aan nuttiger zaken, zoals zijn werk, kon worden besteed. En zo leefde hij ook. 6 Hij was een bewonderaar van Darwin 7 en volgde deze in de idee dat de vorming van het geweten het noodzakelijke gevolg was van de overgang van het samenleven in relatief kleine groepen (‘oerhorden’) naar grotere, complexere leefgemeenschappen, waarin niet langer één dominerende leider de gang van zaken kon bepalen. Die overgang kon, volgens hem, alleen maar lukken door de vorming van een streng, inperkend geweten. Dit Über-Ich moest ervoor zorgen dat het Ich (Ego) de impulsen vanuit de seksuele driften, of de agressie vanuit de doodsdrift, zou controleren en beheersen.Volgens Froom 8 integreerde Freud in zijn wereldbeeld het Rationalisme van de Verlichting met de, in de Romantiek gekoesterde, belangstelling voor de duistere kanten van de mens, waarbij hij in de Rede de enige mogelijkheid zag om de ongebreidelde driften de baas te blijven. Hierin volgde hij het klassieke Humanisme, waarvoor de mens, als redelijk wezen, als enige schepsel in staat was om boven zijn eigen natuurlijke aandriften uit te stijgen en niet langer ‘als een beest’ te leven. Freud was echter een cultuurpessimist 9 die in de culturele inperkingen weinig vertrouwen had en zich afvroeg of deze de mens uiteindelijk gelukkiger zou kunnen maken. 10

Freuds theorie kwam voort uit zijn klinisch werk en is door velen na hem in allerlei behandelsituaties gebruikt. Niet alleen in ambulante psychoanalyses, maar ook opvallend vaak in instellingen, zoals TBS-klinieken. Daarbij is veel klinische ervaring opgedaan met mensen van wie de gewetensfunctie disfunctioneerde. Dat heeft echter geen voorstellen voor verandering van Freuds theorie opgeleverd die binnen de internationale psychoanalytische vereniging zijn geaccepteerd. Mogelijk is dat ook een gevolg van Freuds eigen felle verzet tegen iedereen die het waagde om zijn theorie te veranderen of te vernieuwen. Hij beschouwde zoiets niet als een meningsverschil, maar als verraad 11 Dat heeft steeds tot felle conflicten met geestverwante vakgenoten en zelfs met goede vrienden geleid, zelfs tot uitstoting uit de Psychoanalytische Beweging, -die Freud als zijn levenswerk beschouwde-, aan toe. Freuds ideeën hebben daardoor een orthodox karakter gekregen. Echte vernieuwing kwam, m.i., van onderzoekers die zich met de vroegste kinderontwikkeling, de infant-research, bezighielden, een terrein waarop Freud zelf nooit actief is geweest. Hierover is meer te vinden in het gedeelte dat de ideeën van Emde behandelt.

Een gestoord geweten

Voor ons doel is nog interessant, dat voor psychoanalytische diagnostiek lange tijd gebruik is gemaakt van een diagnostisch systeem, het Psychoanalytisch Profiel 12, waarin ook een gedeelte was bestemd voor beoordeling van de gewetensfunctie. Hierbij werden een aantal, voornamelijk afwijkende, manieren waarop het geweten kan functioneren onderscheiden.

Kenmerken van het Über-Ich

Steun biedend en adequaat (voldoende veiligheid en welbevinden biedend)
Streng (intolerant, te kritisch, wreed/sadistisch,, etc.)
Eisend  (hoge eisen stellend aan gedrag en prestaties)
Toegeeflijk  (te tolerant)
Onvoorspelbaar en inconsistent (wisselende reacties op dezelfde impulsen of gedragingen)
Ongelijkmatig  (op sommige gebieden normaal of streng, op andere gebrekkig)
Corrupt  (omkoopbaar, te ‘lijmen; , etc.)

De term lacunair geweten is een tijdlang gangbaar geweest. Het komt m.i. overeen met wat hierboven ongelijkmatig wordt genoemd.

Het kan zijn dat van bovenstaande indeling inmiddels een nieuwere versie is gemaakt, maar waar het mij om gaat, is dat deze opsomming laat zien, dat er in de diagnostiek rekening wordt gehouden met verschillende manieren waarop het geweten kan disfunctioneren. In het algemeen spraakgebruik zijn hiervan ook voorbeelden te vinden 13, maar vaak bestaat er bij ernstige misdrijven de neiging om te concluderen dat iemand dan “geen geweten” heeft. Dat hoeft echter niet zo te zijn. Zo kan het, bijvoorbeeld, zijn dat iemand die volgens zijn omgeving en zichzelf een zeer gewetensvol man is, toch wreed is bij het straffen van zijn kinderen, of hen seksueel misbruikt. Dit zou je een lacunair (of ongelijkmatig) geweten kunnen noemen. Er is dan sprake van een ernstig stoornis van het geweten, maar niet van afwezigheid ervan.

Conclusie

Freud was pionier op het gebied van de psychologie van het geweten. Zijn ideeën hebben veel invloed gehad, zowel binnen de psychiatrie en psychologie, als daarbuiten. Ook in het algemeen taalgebruik zijn daar sporen van te vinden.

De centrale rol die hij, bij de vorming van het geweten, aan het Oedipuscomplex toeschreef, evenals de daarbij horende leeftijd waarop deze ontwikkeling zou beginnen hebben geen steun gevonden in de ontwikkelingspsychologie.

Buiten psychoanalytische kring wordt aan Freuds theorie vaak nog slechts een historische betekenis toegekend. Toch komen een aantal van zijn opvattingen in recente theorieën weer terug, zoals het belang van emoties in verhouding tot de ratio; van onbewuste processen en het belang van de ouders voor de ontwikkeling ervan. Ook het navolgen van Darwins idee dat het geweten noodzakelijk ontstond toen mensen complexere samenlevingsvormen creëerden doet modern aan. Tenslotte is zijn theorie ontstaan en bruikbaar gebleken in de klinische praktijk waarbij ook disfunctioneren van het geweten hoorde.


 

Korte documentaire over zijn leven en werk
in drie delen (Engels)
deel 1: 8 min; deel 2: 7.45 min; deel 3: 6 min

Deel 1

Deel 2

Deel 3

———————–————– 2.I.1 ——————————— ©2016 horsey

Informatie over de website → Wegwijs of Inhoudsopgave

Plaats een reactie → klik op Discussie

Gebruik de Terug-knop linksboven om terug te gaan naar de vorige webpagina.


  1. Freud 1914, 1923
  2. Stapert, 2011
  3. Sandler, 1960
  4. Lampl, 1962
  5. Finkelstein, 1991
  6. Fromm, 1983
  7. Gay, 1988
  8. Fromm, 1983
  9. Freud, 1930
  10. Fromm, 1983
  11. Fromm 1983
  12. Sandler, 1962
  13. zie Betekenis van het woord