Blair – gewetensontwikkeling

Blair en psychopathie

James Blair
James Blair in 2012, psycholoog en “cognitive neuroscientist”

Blair was de eerste die nieuwe methoden van hersenscanning inzette voor onderzoek naar de normale en afwijkende ontwikkeling van het geweten. Hij begon daarmee in 1993; eerst in Londen en vanaf 2002 in de VS.

Hij verdiepte zich in de theorieën  van Kohlberg en Hoffman over het geweten 1; later ook in die van Kochanska. 2

Blair begon zijn onderzoek in de tijd dat Hare, -met zijn eigen theorie over psychopathie-, en Damasio, -die een verband had aangetoond tussen letsels van de frontale hersenkwab en sociaal disfunctioneren-, bekendheid kregen. Hun werk inspireerde hem tot het opzetten van zijn eigen onderzoek.

Psychopathie en hersenscan

Hare deed in Canadese gevangenissen veel ervaring op met delinquenten die indertijd (vóór de introductie van de DSM) psychopaten werden genoemd. Hij publiceerde daar veel over, maar kreeg pas echt bekendheid met het, voor breder publiek geschreven, boek “Without Conscience”. 3 Het vergrootte ook de belangstelling voor zijn checklist met kenmerken van psychopathie 4, die inmiddels wereldwijd door onderzoekers en forensische deskundigen gebruikt wordt.

Damasio 5 gebruikte de in 1990 beschikbaar gekomen fMRI-techniek 6 om onderzoek te doen waarbij hij, van buitenaf, met magnetische velden, 3D beelden van de hersenen kon maken, waarop te zien is welke delen activiteit vertonen. Met die techniek ging hij op zoek naar afwijkingen in de hersenfunctie bij patiënten met letsels van de pre-frontale hersenkwab 7 bij wie zich stoornissen in het sociaal functioneren voordeden, terwijl de cognitieve functies 8 intact waren gebleven 9 Hij toonde o.a. aan dat emoties voor dat sociale functioneren belangrijker zijn dan men tot dan toe had aangenomen.

Empathie tussen magneten

Blair zag mogelijkheden om met Damasio’s werkwijze bij psychopaten naar stoornissen in de hersenfunctie te zoeken. Hij stelde zich ten doel aan te tonen dat psychopathie (“gewetenloosheid”) door een genetisch bepaalde hersenafwijking wordt veroorzaakt 10. Hij volgde daarin de ideeën van Hare 11, die ook inhielden dat een gebrek aan empathie als een kernsymptoom van psychopathie moet worden beschouwd. Blair heeft daar zelf ook argumenten voor gevonden 12 en is zich daarna in zijn onderzoek voornamelijk op dit empathie-tekort bij psychopathie gaan richten.

Ook voor autisme kreeg Blair belangstelling, vooral ter vergelijking met psychopathie. Een autist mist het vermogen tot cognitieve empathie 13 en kan zich daardoor geen voorstelling vormen van wat er in iemand anders omgaat. De psychopaat kan dat wel, maar schiet tekort in affectieve empathie: het herkennen van 14 emoties bij anderen, vooral van angst en verdriet, die beide normaliter een empathische reactie uitlokken, wat echter bij psychopaten niet gebeurt.

Theorie over het geweten

Blair verdiepte zich in theorieën over de morele ontwikkeling. Hij onderscheidt daarbij verschillende aspecten van moraliteit: 15

  • “care-based”(waar empathie voor nodig is)
  • “social convention” (gedragscodes in de sociale omgang)
  • “disgust-based”(vaak rond seksualiteit; vergelijk de idee:n van Haidt)
  • “fairness/justice” (vergelijk de theorie van Piaget/Kohlberg).

De empathische tekorten bij psychopathie hebben vooral consequenties voor het “care-based” aspect, maar kunnen ook bij andere aspecten merkbaar zijn, vooral bij “fairness/justice”  Blair heeft daar echter minder belangstelling voor.

Bij empathie betrokken hersengebieden

Blair wijt het disfunctioneren van het geweten bij psychopaten aan afwijkingen in de volgende hersengebeden: 16

  1. De amygdalae (amandelkernen) maken deel uit van het limbisch systeem in de hersenen dat belangrijk is voor de verwerking van emoties. Het hoort tot een van de evolutionair oudste delen van de hersenen . De amygdala dient vooral voor de verwerking van angst en verdriet, beide belangrijk voor het oproepen van empathie. 
  2. De ventro-mediale pre-frontale cortex 17 maakt het mogelijk, op basis van ervaringen, verstandige keuzes te maken en risico’s in te schatten. Ook bij de regulatie van emoties speelt dit hersendeel, samen met de amygdala, een rol.
  3. De nucleus caudatus (staartkern) is belangrijk voor feedback bij het leren van inschattingsfouten.

Deze drie hersengebieden zijn nauw met elkaar en met vele andere gebieden verbonden en beïnvloeden elkaars functioneren. Volgens Blair disfunctioneren ze alle drie bij psychopaten, of personen met “callous, unemtional traits” zoals dat sinds kort in de DSM-5 wordt aangeduid. 18
Het zijn overigens geen typisch menselijke hersendelen; ze komen bij alle zoogdieren voor. 19

Onderzoek bij adolescenten

De laatste jaren werkt Blair met delinquente adolescenten. Het lukt (nog) niet om de fMRI-apparatuur bij gedragsgestoorde kinderen jonger dan 10 jaar te gebruiken.


MRI-scanner
Proefpersoon voor een MRI-scanner

Dat is voorstelbaar, want het onderzoek in een fMRI-scanner vereist dat de proefpersoon in een smalle buis stilligt, terwijl zijn hoofd is gefixeerd. Vanwege het dreunende lawaai van de ronddraaiende magneten worden oordopjes gebruikt. Met microfoons en luidsprekers is er contact met de onderzoeker, terwijl hij/zij via een spiegeltje naar afbeeldingen en instructies op een beeldscherm moet kijken.
De proefpersonen krijgen, bijvoorbeeld, foto’s van iemand die pijn of verdriet heeft te zien. Met de fMRI wordt dan bekeken welke hersendelen in welke volgorde activiteit vertonen.


Ander neurobiologisch onderzoek

Verwant hersenonderzoek

Mede door het succes van Blair, wordt er momenteel veel vergelijkbaar onderzoek, dat ook op empathie is gericht, gedaan. 20 . Hierdoor zijn inmiddels onderzoeksgegevens beschikbaar van een brede leeftijdsgroep (7 tot 35 jr) van personen uit de normale populatie. 21

Dat de amygdala in het begin van het empathie-proces een centrale rol speelt, daarover zijn de verschillende onderzoekers het wel eens. En ook over de idee dat de activiteit die men daarbij waarneemt te maken heeft met emoties. Over wat er daarna gebeurt bestaat echter minder eensgezindheid. De amygdala is met heel veel andere hersengebieden verbonden en deze kunnen op het signaal van de amygdala ook activiteit gaan vertonen.  Over welke gebieden dat zijn en over welke functie die hebben lopen de meningen uiteen. Inschatten van de betekenis van het signaal, anticipatie, regulatie, planning en het ondernemen van actie worden vaak genoemd. Er bestaat echter geen eensgezindheid over en men verwacht dat er nog heel wat werk verzet moet worden voordat men echt begrijpt wat de scanner ons toont. 22

Ander somatisch onderzoek

Er zijn nog meer manieren om de neurobiologische basis van empathie te onderzoeken, zoals genetica, hormonen, neuropeptiden (oxytocine, vasopressine), neurotransmitters (dopamine), autonome functies (hartslag), huidgeleiding, etc. Dit soort onderzoek naar andere somatische factoren heeft eveneens veel meer belangstelling gekregen. 23

Hersenontwikkeling

Onderzoek met de fMRI-scanner kan ook laten zien hoe de hersengebieden die bij de gewetensfunctie betrokken zijn zich ontwikkelen. De hersenen ontwikkelen zich vanaf de babytijd tot in de volwassenheid nog sterk. Die ontwikkeling loopt grotendeels langs dezelfde lijnen als tijdens de evolutie van het brein. Daarom kan dieronderzoek ons helpen de ontwikkeling van ons eigen brein beter te begrijpen.

Voor de gewetensfunctie valt er geen speciaal hersengebied aan te wijzen. Dat geldt overigens voor alle psychische functies. Zowel evolutionair ‘oude’ als ‘jonge’ gedeelten zijn erbij betrokken. Er zijn functioneel geïntegreerde gebieden of netwerken bij betrokken die te maken hebben met emoties, beoordeling, keuzes maken, planning, “theory of mind”, geheugen, uitvoeren van acties, e.d. Het identificeren van deze bij de gewetensfunctie betrokken systemen is een van de grote uitdagingen voor dit soort onderzoek. In tegenstelling tot wat lange tijd is gedacht, verloopt het grootste deel van deze processen onbewust. 24

Tijdens de ontwikkeling tot volwassenheid treden veranderingen op in de manier waarop emoties worden verwerkt. Bij jonge kinderen gebeurt dat meer in de ‘oude’ hersengebieden, wat eerder tot lichamelijke reacties leidt (buikpijn, misselijkheid, etc.)  dan op volwassen leeftijd. In de volwassenheid zijn juist meer ‘jongere’ gebieden  (voor evaluatie en uitvoerende functies) actief. De indruk bestaat dat levenservaring, die de ontwikkeling van de hersenen beïnvloedt, een dergelijke verschuiving mogelijk maakt. 25

Steeds meer onderzoekers komen tot de conclusie dat het geweten vooral een sociale functie heeft en dient voor het bevorderen van onderlinge samenwerking en groepscohesie. 26

Conclusie

Mede door Blair’s werk zijn de ideeën over de werking van het geweten in de laatste twee decennia drastisch veranderd, zoals over het belang van emoties, empathie, aanlegfactoren, de visie op psychopathie. Het heeft ook veel verwant onderzoek gegenereerd.

Er zijn ook (nog) niet beantwoorde vragen en punten van kritiek.

  1. Blair is voornamelijk geïnteresseerd in aanlegfactoren en minder in de invloed van het socialisatieproces.
  2. Aangezien hij kinderen vanaf 10 jaar onderzoekt, blijft een belangrijke periode van hun ontwikkeling buiten beeld.
  3. Ook houdt hij in zijn theorie m.i. te weinig rekening met de invloed die traumatische verstoringen van relatiepatronen in het eerste levensjaar kunnen hebben op de vorming van de pre-frontale hersenstructuren. 27
  4. Een ander probleem, -dat zich ook bij andere soorten van onderzoek voordoet-, is het vinden van een onderzoeksmethode waarmee je kunt meten wat je wilt weten. Blair laat, bijvoorbeeld, aan zijn proefpersonen  foto’s zien van mensen die pijn hebben en bekijkt, met de fMRI-hersenscan, wat hun reactie daarop is. Ik vraag me af in hoeverre met deze laboratoriumsituatie de realiteit voldoende wordt nagebootst om betrouwbare voorspellingen over iemands emotionele reacties te kunnen doen.

Zoals al eerder werd gesteld, zal er nog heel wat werk verzet moet worden voordat we echt begrijpen wat de scanner ons toont en wat de consequenties daarvan zijn voor onze visie op de gewetensfunctie.

———————–————– 2.2.4 ——————————— ©2016 horsey

Informatie over de website → Wegwijs of Inhoud

Plaats een reactie → klik op Discussie

Gebruik de Terug-knop linksboven om terug te gaan naar de vorige webpagina.


  1. Blair, 1995
  2. Blair, 2006
  3. Hare, 1993
  4. Hare, 1991
  5. Damasio, 1994
  6. functional Magnetic Resonance Imaging, of functionele kernspintomografie
  7. achter het voorhoofd gelegen hersenkwab
  8. verwerking van zintuiglijke ervaringen en verstandelijke functies
  9. Damasio, 1990
  10. bijv. Blair, 2003
  11. Hare, 1983
  12. Blair, 2003
  13. ook wel “theory of mind” genoemd
  14. of misschien gealarmeerd worden door
  15. Blair, 2006
  16. Blair interview in 2012
  17. deel van de voorhoofdskwab
  18. letterlijk: harteloos en ongevoelig; in de Nederlandse DSM-5 ‘beperkte prosociale emoties’ genoemd
  19. zie verder bij de Waal
  20. Hastings, 2014
  21. idem
  22. idem
  23. idem
  24. Vaish, 2012
  25. Decety, 2014
  26. idem
  27. zie Schore, 2001b